Relatieve midlife crisis

Morgen passeer ik het topje van mijn berg; ik word 45 en ben dan ommenabij in mijn midlife-fase.
Ik wil er nog net geen crisis aan vastplakken, maar de midlife is toch wel met een grote M.
Als ik geld over zou hebben, had ik nu waarschijnlijk een hele vette Jeep gereden, of in ieder geval in een wagen waarvan de achterklep zonder veel agressie dicht gaat.
Ik zou dan zeker iedere maand met mijn Jeep naar mijn personal masseuse gaan.
Nee. De PM komt naar míj toe.

Eigenlijk houd ik niet van gefriemel aan mijn lijf, dus misschien moet ik er een snel en pijnloos pakketje van maken. Handen en voeten doen we er ook meteen bij, hoppetee.
Ik houd trouwens niet van lak op mijn nagels, daar word ik claustrofobisch van, ook van lange nagels.
En bovendien, dat hele gebeuren past esthetisch gezien niet bij mijn Jeep-image.

Goed, ik laat alleen de masseuse komen.

Er is iemand in mijn familie die mijn middenleven, en het beeld hiervan, een beetje vertekent. Hoe graag ik ook het gevoel wil hebben bij deze mainstream te horen.
Mijn Grootmoeder, dat klinkt oud, maar dat is ze ook, wordt deze maand 108.
Haar bergtop is, tot nu toe, op haar 54ste behaald. Dat betekent dat ik een voorsprong heb op veel mede-midlifers, en nog minimaal 9 jaar mag dromen over die Jeep.

Ik zit dus in een lichte vorm van relatieve midlife crisis. Mijn genetische biologie denkt namelijk nog járen te hebben.
En reëel of niet, ik laat ‘r in die waan. Ik ben echt nog niet klaar om kansloos van die berg af te rollen, te doen alsof ik geen keus heb.
Want stiekem geloof ik niet in beperkingen, en kies ik liever voor nog een paar bumpy hikes door de Portugese heuvels.

logo

Quinta Ninho d’águia
Rua do Ardido 24, Ninho de Águia
2460-805 Évora de Alcobaça
Portugal
 +351 961819358

Quinta Ninho d’águia

Als een adelaar op zoek naar zijn nest vlieg ik door de ijle lucht over een jaar van herinneringen, emoties en strubbelingen… maar vooral over die grijze skibaan op mijn hoofd.
Jéz*s wat ben ik grijs geworden!
Aan de bovenkant van m’n hoofd kan ik nog wel wat doen, maar die voorkant met tig onuitwisbare friemelige rimpels, waarvan sommigen cartooneske vormpjes lijken aan te nemen, probeer ik met wat gehuppel op een crosstrainer en liters water eruit te trainen.

Ik ben op een prettige manier vanuit mijn tenen naar buiten gekeerd en heb dit afgelopen jaar een onomkeerbare transformatie ondergaan. Eindelijk zit ik aan de juiste kant van mijzelf, waardoor ik heb kunnen doen wat ik altijd al hebben willen doen.

 

Een jaar lang heb ik mijn hoofd gebroken over muurgaten, houtsoorten, dakpannen, stopcontacten en heel veel beton. Ik heb me druk gemaakt om luttele centimeters, soms millimeters, en het ook schaamteloos uitgesproken.
Het huis kleefde als een plakkende schaduw aan mijn gedachtes. Alles moest zo zijn tot in de bedachte puntjes, ten koste van vele nachten.

Mijn hele leven en ervaringen werden gepropt in dit ene project, en de angst overviel me toen ik besefte dat dit deel van de verbouwing bijna achter de rug was, want ik ben nog lang niet klaar met deze vreedzame zelfkastijding. Ik heb het nódig mijn hoofd te breken over onzinnige combinaties van vormen, kleuren en maatschema’s, die uiteraard nooit goed genoeg zijn en altijd beter kunnen.
Maar dat maakt me een mens met een missie.

 

Bovenstaand enkele vóór-foto’s 

De verbouwing is een intuïtief proces geweest; we hadden geen tekeningen van een architect, maar gingen iedere dag met onze eigen ideeën en een Floorplanner-plattegrondje naar het bouwterrein. Met wat ge-uhh en belachelijke Google Translate’s hebben we het plan voor de huidige drie vakantie-appartementen* voorgelegd.

Door miscommunicatie of technische onmogelijkheden ging er wel eens iets mis, of moest er worden afgeweken van het originele plan. Maar van het algehele idee over hoe het huis zou moeten zijn, is nooit afgeweken.
De gemaakte foutjes, afwijkingen en onafheden zijn uiteindelijk een cadeautje; ze zijn een stiekeme vrijbrief om verder te kunnen bouwen.

Hieronder voor en na foto’svoor_na-voorkantvoor_na_terras-Adegavoor_na_achterhuisvoor-na_zwembadvoor-na_Fornovoor-na_Curralvoor-na_Adega
Het is een vredig huis geworden, met kalmte en veel rust. Dat is het waarschijnlijk altijd al geweest, alleen nu heeft het een passend eigentijds jasje gekregen.
Het is niet moeilijk je in dit huis thuis te voelen; de karakteristieke stenen muren slaan zich als een warme mantel om je heen. De tuin en de bloemenperken hebben hun tijd nog wel nodig, maar de oude bomen nemen hen, als een grote broer, liefelijk met zich mee.

… Vanaf de veranda staar ik naar de vallei en de wuivende bomen. De groene heuvels glooiend er omheen. Het geruis van de blaadjes, de stilte en in de verte het getuf van een hardwerkende boer. De hemel gevuld met witte dottige wolkjes, en daaronder een helder kraaiend getjilp. Onzichtbaar en imposant danst ze in de lucht, met felle kraalogen beschermend over haar nest.
In gedachte vlieg ik met haar mee, en zie ik al het moois wat er nog voor me ligt…

logotype_grijs_web

*Lars en ik verhuren vakantie-appartementen aan de Costa de Prata van Portugal,
in regio Alcobaça.
Sinds 2014 beheren wij de B&B van Lars zijn ouders.
In 2016 hebben we een deels vervallen wijnboerderij voor onszelf gekocht om te kunnen verbouwen tot, op dit moment, drie vakantie-appartementen.
Later gaan wij er zelf ook wonen, wanneer de verbouwing van het huis compleet is.

Quinta Ninho d’águia ligt in het gebiedje Ninho de Águia, Évora de Alcobaça.
En betekent letterlijk: het nest van de adelaar…

Voor meer informatie: https://www.quintaninhodaguia.com/

De buren in Portugal

Ik houd van oudere mensen. Doorgaans houdt de oudere mens ook van mij. Misschien omdat ze aanvoelen dat ik iets meer met ze heb, dan met de jongere versie. Er is niets mis met de jonge mens, ze zijn alleen wat gehaast en hebben vaak een aanwezige bewijsdrang.
Ik huppel met mijn 42 jaar ook nog wel ergens naast deze versie, tenminste mijn leeftijd huppelt mee, die moet dat, daar kan ‘ie niks aan doen. Maar eigenlijk zit ik in een verkeerd jasje, een seizoensjasje dat er ergens tussen hangt. Mijn leeftijd moet namelijk ook nog van alles. Terwijl ik zelf gewoon kabbelend oud wil worden, en de vruchten wil plukken van waar ik ooit zo hard voor gewerkt heb.
Maar die zijn nog lang niet rijp…

In ieder geval. Onze verhuizing van ’n gehaast Amsterdam naar ’n suf dorp is dus een hele verbetering. Ik zit volop tussen de ouderen die flink aan die vruchten zitten te lurken.
Er wordt namelijk behoorlijk wat wijn gemaakt bij die Portugezen thuis, en die zijn best lekker! Het dorp deelt hun zelf gebrouwen drankje graag met elkaar. De mannen zitten dan in de Adega op een wiebelig kratje, rondom een bak met kastanjes, onverstaanbaar te discussiëren over, ik schat zo in, het leven. En de vrouwen verzorgen de schone wijnkopjes voor iedere buur die aanschuift…
Hier worden heel wat vruchten geplukt.

Ons nieuwe huis is het laatste huis van een doodlopende straat, met daar tegenover twee buurfamilies waarvan de vrouwen zussen van elkaar zijn. Al voordat ik het huis kocht, klikte het met deze buren. Ze zijn oud. Net als mijn inner-me.
Sinds de sleuteloverdracht (leuk, áls je deuren hebt) werden de zakken met aardappels, uien, appels, peren, en noem het maar op, in onze handen gedrukt. Later kwamen daar de pakken eigengemaakte wijn, en stukken varkens in de vorm van worstjes bij.

Dit is niet de eerste buurvrouw die we in Portugal hebben, die met eerlijk vlees* en zakken voedsel aan komt zetten. Het is een geste, een natuurlijk ruilmiddel, een blijk van respect of om je welkom te heten.
In Nederland krijg je als je geluk hebt een stuk taart. In Portugal de gehele groente-, fruit-  en vleesafdeling.

Amsterdam heeft mijn buurvermogen niet veel goeds gedaan; van de grote wisseling aan buren die ik in het appartementencomplex heb gehad, heb ik er een aantal hooguit bij naam gekend. We kwamen elkaar slechts in de ochtend tegen, wanneer we met de fietsen in de knoop haastig onze weg naar buiten werkten, de anonieme wijde wereld in.
Nu is niets meer anoniem. Je begroet elkaar op straat, ziet elkaar op het dorpsfeest en iedere ouderavond, deelt kippen met elkaar, en ontvangt van de eigenaresse van de kroeg een vergeten werkje van Fadi’s schooltje.

Ik denk dat ik hier graag oud word, omringt door buren die ik straks ook daadwerkelijk kan verstaan. Keuvelend over de vruchten die ik dan eindelijk zelf mag plukken.

* Het varken in het filmpje is als biggetje bij de familie gekomen, en heeft een goed en vrij leven gehad.

Objectenasiel

Sinds de intensieve verbouwing van Quinta Ninho d’Águia, sijpelt een vergeten hobby weer mijn leven in; het struinen door verticaal opgestapelde meuk in de lokale rommelwinkel. Op zoek naar dat ene ding dat zich uit de chaos weet te schreeuwen.

Verbouwing en interieur gaan in mijn huidige leven samen, want ik heb wat appartementen te vullen. Althans, die reden maak ik mijzelf wijs .
Ik ben slechts een materialist die objecten asiel geeft, om zijn verveelde zintuigen te voeden door een eclectische speurtocht tussen verlaten rommel.

Ik heb jaren lang op de PC-Hooftstraat in Amsterdam gewerkt, en de kruidenierswinkels verdrongen zien worden door Prada, Chanel en Louis. Alles was en is even mooi.
Prachtig, tot in de perfectie. Maar… het is te goed.
Mijn hart moet juist een sprongetje maken tussen afgrijzen en onaffe praaltjes. Iets moet niet kloppen, zoals de koude douche na een sauna. Soms komt het praaltje met blinkende cartoon-sterren onder een stapel kampgordijnen vandaan. Soms wordt een praaltje een praaltje als ik het met mijn ogen dicht combineer met het asiel op onze zolder.

De rommelwinkel is een slagveld aan vergeten herinneringen. Maar ik pel me net zo lang door de loods heen, totdat ik onder de stoffige jurken en zwanenhals-lampen iets vind. Iets dat me de rush geeft, als die van een koude douche.

 

De zoektocht naar authenticiteit

Zoals ik me bij de start van de verbouwing voelde, zo voel ik mij nog steeds; als een klein meisje dat voor de eerste keer een brood bij de bakker gaat halen, met een briefje in haar hand.
De zenuwen gieren door het lijf, net voordat ze over de drempel stapt. Het briefje is verfrommeld door de natte handjes en onleesbaar geworden, maar toch stamelt ze dapper uit: Een half gesneden Tijgerbrood” .

Ik heb nog nooit een huis verbouwd. Wel eens een muurtje zien breken en een nieuwe zien ontstaan. Maar nog nooit een echt huis van onderaan tot boven, van fundament tot dak, zonder riolering en fatsoenlijk werkende elektra. En al zeker niet in Portugal, in een cultuur die heel anders denkt over schoonheid dan ik. Die het liefst al die oude meuk naar beneden haalt en er een nieuwe bakstenen muur voor in de plaats zet.
Als de dood ben ik dat de werkmannen gaten in mijn geliefde wijnpersmuurtjes slaan. De aannemer moet knettergek worden van mijn behoud-teksten op die dingen, en natuurlijk zijn ze hartstikke onpraktisch, maar het zijn juist díe muurtjes die dit huis maken. Het is mijn taak om, als nieuwe eigenaresse, het gevecht tussen authenticiteit en nieuwbouw aan te gaan en te bewaken.

Weer kom ik iedere dag met een papiertje aan, nu wat minder verfrommeld en niet met het type brood erop, maar met ideeën over hoe ik het nieuwe in het oude huis wil zien. En iedere volgende dag ben ik weer dat kleine meisje; zenuwachtig om te zien of dat idee wel goed heeft uitgepakt.
Meestal wel.
Soms ook niet.
En heel soms loopt het slecht uitgepakte idee uit op een nieuw en eigenlijk béter idee, waardoor je weer een andere weg inslaat, die je dáárvoor niet hebt kunnen voorzien.

De verbouwing van dit huis frustreert me; het geeft me een duw, maar neemt me ook liefelijk en streng aan de hand. Het confronteert me met de imperfecties; elke keer wanneer ik denk dat ik eruit ben, krijg ik een emmer ijskoud water over me heen en voel ik me weer heel klein.
Alsof het weet dat ik het nodig heb om mijn hoofd te breken over de imperfecties, want perfectie verveelt me en zou me in slaap doen vallen.

Deze verbouwing en alles wat daarbij hoort, is een organisch proces. Terwijl dingen dreigen te mislukken, dwingt het me tot nieuwe ideeën.
Zonder deze strijd zou het ook nooit van mij kunnen zijn, maar slechts een stel muren, gaten en een dak erop, zoals dat van ieder ander.

Deze verbouwing is een zoektocht naar authenticiteit en onderhevig aan de tijd, de tijd waar tot aan de laatste dag geen eind aan komt.
Want ik zal nooit af zijn. En wanneer ik denk dat ik af ben en de laatste steen is gelegd, krijg ik vast een knipoog… en begint dit mooie avontuur weer opnieuw.

 

verbouwing_6verbouwing_1verbouwing_7verbouwing_3verbouwing_5verbouwing_2

 

 

Bouwval gezocht… Droom gevonden.

Schuddend en tollend in een rollercoaster flits ik samen met mijn leven door een steeds smaller wordende tunnel. Hoe smaller de tunnel, hoe sneller ik er doorheen geperst word. Dit keer is het een tunnel waar ik nog heel lang in door wil blijven sjezen.
Een feelgood-tube, die de slagroom als een toefje op de taart spuit.

Ik heb een bouwval gevonden! En dat klinkt wat dubieus. Maar dit is zo’n bouwval waar je letterlijk heel je leven je hart op kan halen. Een huis dat met je meegroeit tot je zo verweven bent, dat je niet meer zonder elkaar kunt. En hoe leuk is het om dit gevoel te kunnen delen met de rest van de wereld. Om de wereld in de vorm van gasten te ontvangen, en hen een warm (vakantie-) nest te kunnen bieden…
Dat kan nu, want Quinta Ninho d’Águia is geboren.

Wijnboerderij

Deze Quinta, ofwel wijnboerderij, staat in het plaatsje Ninho de Águia (betekenis: adelaarsnest), gelegen in een landelijk, vruchtbaar en heuvelachtig gebied.  Het ligt 15 kilometer van de kust en 100 kilometer boven Lissabon. Ninho de Águia is een gebiedje  wat hoort bij het dorpje Évora de Alcobaça, dat weer onderdeel (freguesia) is van de stad Alcobaça.
De quinta bestaat uit vier gebouwen, geplaatst in een vorm van een hoefijzer, met middenin een grote patio. De patio heeft een opening naar de grote tuin toe, en als je deze tuin doorloopt, kom je uit in een vallei.
Ik zal proberen een beeld te schetsen van de staat waarin het huis nu verkeert.

Het hoofdhuis

Ninho-2-2
Woongedeelte hoofdhuis

Éen van de gebouwen is het hoofdhuis, eigenlijk nog in goede staat, maar door de gipsplaten plafonnetjes, de hokkerige ruimtes en de dichtgekalkte natuurstenen muren, valt het voor mij net zo goed onder de afdeling werk aan de winkel. Dit huis heeft naast de woonkamer nog een kamer waar hoogstwaarschijnlijk de keuken gaat komen. Via de keuken neem je een trap naar de zolder, net zo groot als de hele benedenverdieping, waar de slaapkamers gaan komen.
Na het uitbreken van binnenmuurtjes en het deels vervangen van de buitenmuur door grote openslaande deuren, heb je een werelduitzicht over de tuin en de vallei. Met in de verte het toekomstige zwembad.

Het ovenhuisje

NINHO-11
Het ovenhuisje met in de rechtermuur het oventje

Aan het hoofdhuis zit een aanbouw. Een soort schuur met natuurstenen muren van een halve meter dik, met daarboven een vervallen dak waar nog spinnenwebben met gevleugelde lijkjes aan bungelen.
Achter dit organisch gebeuren vind je in de hoek een schattig oventje. Zo een waar je de hele keuken op aanpast en meteen een pizza in wilt gooien.
Met nog een uitbouw voor de slaapkamers, en het verhogen van het lage dak, wordt dit één van de mooiste accommodaties.

NINHO-7
Het ovenhuisje
Ninho-14
Verwilderd uitzicht vanaf het ovenhuisje

De Adega

NINHO
Adega met wijnpers en wijnopslag

Het gebouw daarnaast, dat haaks loopt op de uitbouw, is de eerste Adega*. Een hoge ruimte met in mijn fantasie grote deuren naar de voortuin, en nog iets groteren naar de patio toe.
Of doe eens gek, misschien wordt de hele wand wel een deur, met daarachter een veranda.
De wijnpers met de bijbehorende wijnopslag blijft en wordt zo aangepast dat het geïntegreerd wordt met het woongedeelte.

NINHO-2

Naast het woongedeelte is nog een ruimte, dat met enige aanpassing een slaapkamer kan worden. Met constructief vakwerk komt er nog een slaapgedeelte bóven deze kamer.

* De verschillende gevonden betekenissen van het woord adega zijn: wijnkelder, wijnhuis, wijnmakerij, wijndomein… Iets met wijn dus.

Natuurstenen huis

Ninho-4-2

Als je even doorloopt kom je bij het laatste gebouw, dat weer haaks loopt op de zojuist beschreven adega. Een uit natuursteen opgetrokken pand, dat opgedeeld is in een tweede adega en aan de andere kant een stalletje met een plafond op kabouterhoogte.

Deze tweede, kleinere adega, heeft net als de eerste ook een wijnpers en een wijnopslag. Op dit gebouw ben ik op slag verliefd geworden; de natuurstenen muren, de geschiedenis, het karakter en op het verval, wat het bij mij altijd goed doet.
Als ik op vakantie ga, zou ik dit willen. Verblijven in een knus en authentiek appartement als dat dit gaat worden, waarbij je bij het openen van de deuren, met je kop koffie in een zomerjurk uitkijkt op een weids uitzicht over de vallei, en de vogels hoort fluiten. Even je WhatsApp op stil en dat zwoele briesje door je hoofd laten gaan. Vakantie!

NINHO-8
De tweede adega met wijnpers en wijnopslag

Het tweede deel van dit natuurstenen huis is op dit moment niet bedoelt voor de mens met de hoge hak. Maar met een plafondverhoging, hoge deuren en een kleinschalige open loft-indeling, wordt dit straks een studio met een waanzinnig uitzicht over de tuin en de vallei. Doordat dit deel van de tuin nog wild begroeid is met bomen, heb ik geen foto’s van het uitzicht kunnen maken. Wanneer de bouw gaat beginnen, wordt ook de tuin aangepakt.

Van alle accommodaties worden de privé-terrassen zo geplaatst, dat ieder zijn eigen unieke uitzicht heeft over de grote tuin en over (een deel van) de vallei. Door in de hoefijzervorm geplaatste gebouwen, heeft iedere accommodatie zijn privacy. Heb je wel behoefte aan gezelschap dan neem je plaats aan één van de tafels bij de buitenkeuken, of zoek je een zitje op een van de gezamenlijke terrassen in de vallei, of bij het zwembad.

Een vallei met fruitbomen

Het hele gebouw staat op een romantische helling met daar omheen een flink stuk grond gevuld met verschillende (fruit-) bomen, zelfs een met een antieke vrucht, waarvan ik de naam elke keer vergeet. Als je naar de andere kant van de vallei wilt lopen, loop je via een licht hellend pad naar beneden, langs verhoogde terrassen met een afscheiding van dezelfde natuurstenen als dat het huis rijk is.

NINHO-10
Pad naar de vallei
NINHO-23
Terrassen van elkaar gescheiden door natuurstenen muur

Naast de tuin is ook de vallei gevuld met fruitbomen. Voor zover ik weet zijn dit kersen-, peren-, appel-, walnoot-, olijf-, “Ginja”-bomen (die van de kersenlikeurtjes) en mandarijnbomen, … dus ik denk dat onze gasten in het fruitseizoen niet gelegen zullen zitten om vers geplukt fruit uit de tuin.

Op het laagste punt, verstopt achter de nu nog metershoge riet en bramenstruiken, kabbelt een liefelijk klein beekje in een bed van natuursteen.
Het beekje komt ons deel van de vallei binnen via een inimini watervalletje. Een plekje dat vraagt om een terras, waar je samen met je boekje, wijntje en zojuist geplukte kersen, kunt genieten van de laatste uren van de dag, luisterend naar het vallende water.

Adega nummer 3?

Aan de andere kant van het beekje en woesternij, staat nóg een bouwval. Een gebouw uit 1937, bedolven onder alles wat groeit. Als het goed is, is dit bouwsel nog een adega. Een die ik nog niet gezien heb, want je moet Tarzan zijn of écht hele lang benen hebben om er te kunnen komen. Wanneer we het eerste deel van het project verwerkt en bewerkt hebben, kom ik op dit stukje terug.

Levensproject

NINHO-15

Dit levensproject vergt tijd, inleving en vakkundigheid van derden.
Een project waar je even voor moet gaan zitten. Een project waarvoor ik definitief afscheid moest nemen van mijn appartement in Amsterdam om het te kunnen bekostigen.

In de tussentijd bereid ik me voor op alles wat gaat komen en leef in een ongekende dimensie. Een time-zone waarin ik een wazige projectie op het huis kan zien, van hoe het uiteindelijk zou moeten worden.
Het is een hemels gevoel waarvan ik niet wist dat ik dat, beladen met vliegen-lijkjes na een rondje huis, kon voelen.
En het lijkt erop dat alles wat ik in mijn leven gedaan en geleerd heb, slechts een voorbode was van de keuze die ik nu gemaakt heb.

Ik krijg de kans mijn droom te leven…

… Een jaar verder

Het is zondagochtend. Iedereen slaapt.
Ik lig al even wakker van druk fluitende vogels die rondtollen boven onze patio. Het gesprek van de dag over waar heen te vliegen en hoeveel wormen uit de grond te trekken gaat zo’n 30 minuten door, totdat het getjilp onregelmatig en hysterisch wordt, de ene vogel het gecommandeer zat is en de vleugels neemt.

Na een gat van rust gaat mijn aandacht verder naar Menina. Menina ligt snurkend in haar mandje vlak naast onze slaapkamer. Het is een kruising tussen een Labrador en iets wat lijkt op een Bull Terriër. Moeilijk uit te zoeken want haar vader is slechts een voorbijganger.
Ze heeft een zwarte glanzende vacht met een wit vlekje boven haar borst, een mooie lieve hond met een zachtaardig karakter. Zo een waar je niet boos op kan worden, ook al loopt ze steevast voor je voeten en onthoofdt ze al het speelgoed.

Het dagritueel begint.
Ik schuif mijn voeten in een paar flipflops, die precies zo klaar liggen om mijn leven nóg makkelijker te maken. Ik pak mijn ochtendjas, want het is best fris ’s ochtends en loop richting de keuken met de mooie blauwe muur.
De koffie is op, ik word niet meer boos, want dit is routine en ik heb me ingedekt. Ik knip twee koffie-pads open van een machine die we helemaal niet hebben, pulk de koffiepoeder eruit en stop het in de Italiaanse koffiemaker. Ondertussen haal ik mijn laptop, plug het ding in, doe nog wat rituelen en wacht tot ik het gepruttel van de koffie hoor. Inmiddels weet ik dat ik bij het eerste koffiegeluid de melkopschuimer aan moet zetten, zodat alles tegelijk klaar is. Als afsluiter gaat er een lepeltje precies afgemeten rietsuiker in, geen korrel teveel, want dan moet het hele ritueel weer over. Een neurotische eigenschap waar ik niet per sé van af wil.

Na al dit gedoe ben ik even alleen met de tijd en staar vanaf de turquoise blauwe bank naar de binnenkant van ons huis. Het huis waar in iedere muur een deur is gekomen en in iedere opening een muur. Het huis is naar ons huidige evenbeeld; gevormd, kleurrijk, maar niet perfect. Het groeit voornamelijk door het verzamelen van spullen uit een lokale tweedehandswinkel met chaotisch veel opgestapelde meuk. Om er levend doorheen te komen, scan ik in een geoefend tempo op spullen waarvan ik instinctief weet dat het bij ons thuis tot zijn recht komt. Als je goed kijkt en het object uit zijn benarde situatie visualiseert, is er altijd iets moois te vinden.

Na deze gedachte schrik ik op, het is nog steeds zondagochtend. Waarschijnlijk 09.00u want iemand gaat weer los op de kerkklokken. Een inmiddels vertrouwd geluid, naast die van de keffende hond aan de overkant.
Zoals iedere ochtend rond deze tijd trek ik de rolluiken met een kabaal open en kijk ik vanachter het raam naar het lelijke blauw met geel gestreepte huis van de overburen en naar de oude man die iedere ochtend zijn vijf-liter flessen vult met vers water uit de waterbron aan de overkant. Ik kijk naar dat Portugese straatje waar ik 20 jaar geleden echt niet gevonden wilde worden en waar ik nu doorheen loop alsof ik hier al jaren onderdeel van ben.

Wie had gedacht dat ik de luxe, het levendige en het anonieme stadsleven van Amsterdam zou inruilen voor… dit.
Een dorp met een buurtsuper waar je onmogelijk onder een gesprek uitkomt, waar pukkelige pubers oprecht gedag tegen je zeggen. Een leven dat in drie versnellingen lager voorbij kabbelt, en waar de rust is om te tuffen achter een traktor, zonder rode vlekken in je nek. Een leven waar morgen ook nog een leven is, en waar je aan gisteren niets meer kan doen.

Ik draai me weg van het raam wanneer ik Fadi hoor zeggen: “… Dit is ’n leuk huisje, hè mama”. Ja, dat is het… en zoveel meer.

Om een beeld te geven van waar ik het over heb, onderstaand wat “voor en na’s” van de ruimtes die zo goed als klaar zijn, op wat afwerkingen na…

Woonkamer2

Woonkamer1

Slaapkamer

Portrettenkamer

Groene tengels

Van een Amsterdams dakterrasje, van nog niet eens mijn eigen dak, ben ik naar een serieus grasveld gegaan. Een vreemd geproportioneerd stuk wildernis met bramenstruiken en ander agressief spul, van zo’n 50 stappen lang en 12 breed. Eentje waarvan ik niet weet wat ik er mee aan moet. Voor de Portugees is dit een nietszeggend grasveldje; die heeft doorgaans een enorme lap grond waar hij zijn dagelijkse groenten op verbouwt. Ongespoten, self-sufficient, maar vooral heel tijdrovend.
In Amsterdam kocht ik het geplukt en gewassen in ijswater en wist ik wat het groene ding was doordat de naam gedrukt stond op een etiketje. Het werd al wat lastiger als ik het zelf moest uitzoeken aan de hand van een scheef gedrukt plaatje op de weegschaal.
Het zou voor mij toch heel handig zijn als alles wat groen is een stickertje krijgt.

Voor mijn verjaardag, begin januari, heb ik 3 houten stengels gekregen.
Stengels om in de grond te stoppen.
Die dingen hebben de hele winter naast de voordeur in een prullenbak van de IKEA gestaan. Niet bij stil gestaan dat er in de bodem een gaatje zou moet zitten, dus ik heb ze nog verzopen ook.
Het was afzien, zowel voor mij als voor de stengels. Iedere dag werd ik geconfronteerd met mijn gebrek aan groen gevoel, en waar woon ik? Midden in de rimboe met alléén… máár… groen!
Verdomme, wordt me weer een hobby opgelegd.
Ik vind die bloemen die uit de stengels komen wel leuk, maar je moet er zo ontzettend veel voor doen om die krengen uit dat takje te krijgen.

In de maand april geef ik ze dan toch maar een tweede kans. Als ik in dit land wil wonen zal ik moeten assimileren.
Overtuigd van mijn nieuwe roeping giet ik er nog een lading water overheen, werp de dingen achterin de auto, en besluit ze te gaan planten in de tuin bij het huis waar we gaan wonen.
Alsof ik een tuincursus heb gevolgd, steek ik een schop in de grond en hak een flink gat in de aarde door met m’n volle gewicht op de schop te springen. Ik stop het takje erin en dek het weer toe met de klei-achtige aarde.
Helemaal voldaan van deze bijzondere stap. En ook in de hoogste veronderstelling dat ik wel zeer groene vingers heb, want ze zitten er tenslotte in.

Dit vraagt om een nieuwe garderobe.
Ik ga helemaal los in een Gamma voor boeren en schuivel met een piepend driewielig karretje de toko door. Waar is die afdeling harken. Ik wil zo’n ding met aan de ene kant een schopje en aan de andere kant een ini-mini harkje… Oh daar hangt ‘ie naast de mega grasmachines. Het bi-functionele ding ziet er ineens wat knullig uit, maar dat drukt mijn pret niet.
Om het wat meer zin te geven, moet ik bloembollen meenemen. Ik kom langs het gangpad van gieters en tuinslangen en aan het einde vind ik dozen vol met bloembollen. Alsof het uitverkoop is storm ik er op af en graai alles wat ik pakken kan, ik moet veel van die dingen hebben want ik heb een grote tuin waar ik nog niet zo goed mee overweg kan. Dat moet verbloemd met overdaad.
Als een bezetene stop ik de dahlia’s, begonia’s en de andere aardappels in verschillende zakjes en mik ze op afstand in de kar. Eenmaal thuis kan ik ze, met mijn aangeschafte schopje, in de grond stoppen en hoppetee, het ding omdraaien en de boel weer aanharken. Wat een professionaliteit.

En dan, ineens dwarrelt een lege doos waar eerder de bloembollen in zaten op de grond, en valt mijn oog op de zijkant waarop gedrukt staat: “Bulbs from Holland”…
Met een pijnscheut in mijn buik schiet mijn afdeling herinneringen terug naar de Bloemenmarkt op de Singel. In een visioen zie ik de overvolle kramen met bloembollen, in de weg staande toeristen, tulpen, ik baan me een weg door de massa, want ik wil eten op de hoek van het straatje waarvan ik de naam niet weet.
Mijn plekje is nog vrij, ik ga aan het raam zitten naast het rekje met de tijdschriften. Het is druk, dus ik moet even wachten tot ik kan bestellen. In de tussentijd bekijk ik het gekronkel op de markt en daarachter de verkoper van een van de kraampjes, die nog net niet gapend een toerist te woord staat en ‘m een zakje bollen verkoopt. Wanneer ik mijn hoofd omdraai, staat de juffrouw naast me en vraagt wat ik wil. “Een uitsmijter ham/kaas met twee eitjes, niet drie, en een verse munt-thee”, zoals altijd, maar dat zeg ik er nog net niet achteraan.
Blij met mijn wederkerende bestelling pak ik de nieuwe Residence uit het rekje en blader het door…

Met dit beeld schiet ik weer terug naar de Hollandse bloembollen in Portugal en ga verder met mijn missie. Ik heb een nieuwe hobby en die moet ge-finetuned worden met accessoires.
Je kent ze wel, vrouwen die gaan skiën in een voorgevormd ski-pak met een bonte toef op het hoofd. Als een opgepofte rijstkorrel sjeest het loodrecht naar beneden. Eerst nog enthousiast, maar twee kilometer later angstig bedolven onder de meegenomen lawine. Gelukkig drijft ze zo weer boven water, want het pak is fluoriserend en geeft licht… 

Dat ben ik, maar dan met tuingereedschap.

Maanden lang zijn de takjes, takjes gebleven. Maar het moment dat de eerste knopjes kwamen, en het besef dat ik deze toch wel een beetje heb weten aan te sporen door ze alleen al in de grond te stoppen, ontstond er soort eerbied voor deze stokjes. Ze hebben mij weten te doorstaan.
Alsof het mijn creaties zijn, moedig ik ze aan en geef ze gepast water. Ik praat er nog net niet tegen, maar dat zou zo maar kunnen.

Gatver, straks vind het nog leuk ook.

Betonnen vloer

Als twintiger zag ik mij blootvoets lopen over een grijze massa van gehard cement, zand en steentjes. Hier en daar een tapijtje met meubels en kleuren die niet matchen, maar eigenlijk ook weer wel. Als je heel goed keek.
Uren kon ik bezig zijn om deze eclectische toestand in een soort van harmonie te krijgen.

Op die leeftijd woonde ik op de Baronielaan in Breda, met een houten vloer.
Dat klopte natuurlijk niet met mijn fantasie, dus die hele vloer lag onder een laag Perzisch stof met heel veel waterpijpen, die ik overigens nooit gebruikt heb.
Dat was ook het enige huis in de afgelopen twee decennia, waar ik de behoefte had om me hier überhaupt mee bezig te houden.

Misschien zit ik in een soort midlife crisis, want gisteravond na de Portugese les kocht ik nog bij de Intermarché een, volgens Lars, spuuglelijk kussentje waarvan ik overtuigd ben dat die echt heel mooi is. “Kijk nou goed! Het is gewoon een Kenzo… ”
Bij het afrekenen van dit kussentje en de kaas, zag ik Lars ineens heel intensief op zijn mobieltje swipen, alsof hij niets te maken had met dat mens met dat kussentje.

Een fase eerder in mijn leven voelde verlaten gebouwen als een warm bad; ik hield van het isolement en de stilte daarbij, iets moest leeg zijn en eigenlijk met zo weinig mogelijk mensen, dit waren slechts interne ruimtelijke stoorzenders.
Daar hoorde dan ook ontzettende vrolijke New Wave muziek bij en zwarte gewaden, maar van dat laatste had ik dan weer geen last. Ik was een kleurrijk figuur en niet bang om niet bij elkaar passende patronen te combineren. In die tijd had waarschijnlijk niemand met me af willen rekenen.

Eigenlijk is van dat alles nog heel veel overgebleven, behalve de New Wave muziek en de mens zien als ruimtelijke stoorzenders.
Van lege gebouwen met betonnen onafgewerkte vloeren en niet zo appetijtelijke muren krijg ik nog steeds de kriebels, overenthousiaste kriebels die ik niet kan plaatsen.
Mijn fantasie slaat op hol en na drie seconden binnen te zijn, heb ik 20 afleveringen van RTL woonmagazine klaarliggen.

Het huis waar wij in gaan wonen, heeft voor veel ophef gezorgd. Of dit wel een goed idee was, zo’n project. Dat duurt maanden! voordat het bewoonbaar is.
Dat klopt, het duurt ook maanden.
Wij willen niet wonen in een huis wat al voorgekauwd is, dat hebben we al jaren gedaan, wij willen ons eigen huis. En dat kost veel tijd, bloed, zweet en tranen. Letterlijk.

Ik ben jaloers op de handigheid van Lars en zijn vader Loek, die ieder steentje en rioolbuis voorbij zien komen en zich een slag in de rondte werken om dit geval bewoonbaar te maken. Mijn taak bestaat slechts uit het zeggen waar ik dat steentje wil hebben, erg arbeidsintensief dus.

Over een maand trekken we in dat huis, al moet ik me douchen in de wc, we zitten erin.
Het huis waar ik ’s ochtends blootvoets over de betonnen vloer naar de keuken loop, een kop koffie zet en verder schuivel naar de tuin, waar ik even terug kan denken aan wat mijn ouders me altijd hebben meegegeven; “Je kan alles worden wat je wilt, als je echt wilt”.

Serene drukte

De eerste dagen als immigrante zijn voorbij en die gingen niet vanzelf.
Op de dag van vertrek was het in Nederland eigenlijk nog vérre van rond; de kit-randjes die al zeker 3 jaar een doorn in het oog waren, werden ineens miraculeus binnen 7 minuten overgetrokken met een nieuw laagje. Hier en daar moest nog een lik verf. De koffers gingen met geen mogelijkheid dicht. Koffertje kopen. Ik moest me nog uitschrijven en niet geheel onbelangrijk: de huurovereenkomst was nog niet getekend.
Je kon met weinig moeite een betonnen plaat op mijn schouders kapot slaan.

Gelukkig was ik er mentaal op voorbereid dat als we eenmaal aangekomen waren, we er nóg niet zouden zijn. Die vrachtwagen met tig pallets en verhuisdozen lopen niet vanzelf de kamer in, ook hier moet je je inschrijven, alvorens je o.a. een ziektekosten verzekering kunt aanvragen. We snappen nog steeds niet hoe het werkt, maar we laten ons gedwee van het kastje naar de muur sturen. Tussendoor ben ik eindeloos bezig met een ondertekend huurcontract van mij uit terug te sturen naar NL, maar iedere printer waar ik naar kijk begeeft het en de cartridges van mijn hightech Epson zijn hier niet te vinden en moest fadi niet naar school? Waar is nou zijn inentings-boekje?!… waarschijnlijk ergens in Amsterdam naast het rijbewijs in mijn portemonnee. Einde van de maand beginnen de Portugese lessen, daar moet een formuliertje voor ingevuld worden, ze hebben dan ook een pasfoto nodig (die ene naast het rijbewijs), dus we maken een paar nieuwe waar ineens een vrouw op staat die een terroristisch aanslag zou kunnen plegen. Deze formuliertjes moeten dan ook weer terug gebracht worden.
Ondertussen zijn de pallets nog niet uitgepakt, 12 pallets tot de nok toe vol waar je 4 huizen mee kunt vullen. Het overgrote deel gekregen van Lars’ gulle oude baas… maar ik had ook mijn inbreng; 12 dozen kleding, waarvan 1 doos voor Lars, grotendeels gevuld met mijn Uggs. Een kist (in doos) met Portugees servies die ik 5 jaar geleden vanuit Lissabon heb laten opsturen, nooit die kist uit geweest; stond toch niet zo leuk in Nederland zoals ’t dat doet in Portugal, dus heel efficiënt weer mee terug verhuisd naar Portugal. Dozen vol vintage Iitala servies, milieuonvriendelijk ingepakt met kilo’s bubbeltjes-plastic. Per bord. 56-delig. Huge transparant plastic dozen gevuld met mijn fetisj; soepige jurken die schaamteloos graaiend verzameld zijn op de Noordermarkt. Die echt ooit nog eens ’n doel krijgen, écht. En…

En nu weer terug naar Portugal.

Af en toe als ik Fadi naar bedje breng en ik er even bij moet blijven liggen, knijp ik mijn ogen dicht en zie ik Amsterdam. Dat ik loop langs het Leidse Plein met Fadi in de kinderwagen, ook wel eens zonder Fadi in de kinderwagen. Ik zie de kamers van mijn appartementje die nu nóg kleiner lijken dan ze al zijn, en daar zit ik dan met mijn roséetje ergens op een verwarmd terras, mijn vrienden even later aansluitend. De volgende ochtend sta ik om 6u uur op, om met heel veel geluk 8 minuten me-time te hebben, en dan neem ik even later de trein richting Haarlem om een topomzet neer te zetten. Soms ook niet. Dan doen we iedere dag oneconomisch boodschappen, want het ontbreekt na lange dagen werken aan creativiteit, vervolgens gooien we aan het einde van de week de helft weg.
En als dan eindelijk dat knopje van de vaatwasser aangaat, gaat bij mij het knopje uit.

Nu drink ik geen roseetjes meer, maar zelfgemaakte notenwijn en Port. Ik huppel niet meer achter de kinderwagen aan, maar tuf bergje op en af in een auto. Onze bezoekjes aan de locale koffietent zijn een beetje zielig, het is altijd koffie en een broodje kaas; de enige woorden waar we niet over struikelen. Nu word ik niet meer wakker van de Melkweg, maar van een kudde hanen… het andere soort dan, ik weet niet wat erger is.

Alles is hier anders. Niet beter of minder, gewoon anders.
Eigenlijk is het hier oersaai, ik heb nog geen tv of krant gezien en ben helemaal wereldvreemd, alsof ik al 7 jaar als een wilde met een zelf gevangen dierenhuid op een onbewoond eiland zit en het er dik inzit dat niemand me gaat vinden. Af en toe heb ik nog last van de laatste stuiptrekkingen die ik aan het stadsleven heb over gehouden.

En dan langzaam… wordt alles… sereen…