… Een jaar verder

Het is zondagochtend. Iedereen slaapt.
Ik lig al even wakker van druk fluitende vogels die rondtollen boven onze patio. Het gesprek van de dag over waar heen te vliegen en hoeveel wormen uit de grond te trekken gaat zo’n 30 minuten door, totdat het getjilp onregelmatig en hysterisch wordt, de ene vogel het gecommandeer zat is en de vleugels neemt.

Na een gat van rust gaat mijn aandacht verder naar Menina. Menina ligt snurkend in haar mandje vlak naast onze slaapkamer. Het is een kruising tussen een Labrador en iets wat lijkt op een Bull Terriër. Moeilijk uit te zoeken want haar vader is slechts een voorbijganger.
Ze heeft een zwarte glanzende vacht met een wit vlekje boven haar borst, een mooie lieve hond met een zachtaardig karakter. Zo een waar je niet boos op kan worden, ook al loopt ze steevast voor je voeten en onthoofdt ze al het speelgoed.

Het dagritueel begint.
Ik schuif mijn voeten in een paar flipflops, die precies zo klaar liggen om mijn leven nóg makkelijker te maken. Ik pak mijn ochtendjas, want het is best fris ’s ochtends en loop richting de keuken met de mooie blauwe muur.
De koffie is op, ik word niet meer boos, want dit is routine en ik heb me ingedekt. Ik knip twee koffie-pads open van een machine die we helemaal niet hebben, pulk de koffiepoeder eruit en stop het in de Italiaanse koffiemaker. Ondertussen haal ik mijn laptop, plug het ding in, doe nog wat rituelen en wacht tot ik het gepruttel van de koffie hoor. Inmiddels weet ik dat ik bij het eerste koffiegeluid de melkopschuimer aan moet zetten, zodat alles tegelijk klaar is. Als afsluiter gaat er een lepeltje precies afgemeten rietsuiker in, geen korrel teveel, want dan moet het hele ritueel weer over. Een neurotische eigenschap waar ik niet per sé van af wil.

Na al dit gedoe ben ik even alleen met de tijd en staar vanaf de turquoise blauwe bank naar de binnenkant van ons huis. Het huis waar in iedere muur een deur is gekomen en in iedere opening een muur. Het huis is naar ons huidige evenbeeld; gevormd, kleurrijk, maar niet perfect. Het groeit voornamelijk door het verzamelen van spullen uit een lokale tweedehandswinkel met chaotisch veel opgestapelde meuk. Om er levend doorheen te komen, scan ik in een geoefend tempo op spullen waarvan ik instinctief weet dat het bij ons thuis tot zijn recht komt. Als je goed kijkt en het object uit zijn benarde situatie visualiseert, is er altijd iets moois te vinden.

Na deze gedachte schrik ik op, het is nog steeds zondagochtend. Waarschijnlijk 09.00u want iemand gaat weer los op de kerkklokken. Een inmiddels vertrouwd geluid, naast die van de keffende hond aan de overkant.
Zoals iedere ochtend rond deze tijd trek ik de rolluiken met een kabaal open en kijk ik vanachter het raam naar het lelijke blauw met geel gestreepte huis van de overburen en naar de oude man die iedere ochtend zijn vijf-liter flessen vult met vers water uit de waterbron aan de overkant. Ik kijk naar dat Portugese straatje waar ik 20 jaar geleden echt niet gevonden wilde worden en waar ik nu doorheen loop alsof ik hier al jaren onderdeel van ben.

Wie had gedacht dat ik de luxe, het levendige en het anonieme stadsleven van Amsterdam zou inruilen voor… dit.
Een dorp met een buurtsuper waar je onmogelijk onder een gesprek uitkomt, waar pukkelige pubers oprecht gedag tegen je zeggen. Een leven dat in drie versnellingen lager voorbij kabbelt, en waar de rust is om te tuffen achter een traktor, zonder rode vlekken in je nek. Een leven waar morgen ook nog een leven is, en waar je aan gisteren niets meer kan doen.

Ik draai me weg van het raam wanneer ik Fadi hoor zeggen: “… Dit is ’n leuk huisje, hè mama”. Ja, dat is het… en zoveel meer.

Om een beeld te geven van waar ik het over heb, onderstaand wat “voor en na’s” van de ruimtes die zo goed als klaar zijn, op wat afwerkingen na…

Woonkamer2

Woonkamer1

Slaapkamer

Portrettenkamer

Het pad wat de hoek om gaat

Niemand heeft me eigenlijk gevraagd waarom we naar Portugal gaan; het emigreren naar het buitenland heeft denk ik iets magisch, alsof alles goed is aan de andere kant en alles wat je hier dwars- en tegenzit zich daar vanzelf oplost… als je maar daar bent.

Als ik zeg dat ik weg ga uit Nederland en naar Portugal verhuis, gebeuren er hele gekke dingen met mensen; de een trekt onwillekeurig met z’n wenkbrauwen en zegt na een net even te lange aarzeling: “Goh, wat leuk!”, maar meent het voor geen meter. De ander springt direct op, weet even nog niet of hij moet huilen of gekke grapjes moet gaan maken, maar zegt dan toch: “Jeetje wat leuk… voor jou!… maar wat klote voor mij!… “. De laatste zegt gewoon wat het is.

Die eerste, de neppert, ziet me liggen op een strandbed aan een enorme bel vruchtencocktail met zo’n inimini parasolletje (die tot zijn of haar genoegen continu wind vangt en het strand over raast) met naast mij wat goed gelukte home-made hapjes en bovendien is het ook nog eens 31 graden mét een briesje. Fadi zit tot 16.30u op school en eigenlijk heb ik de hele dag geen ruk te doen, behalve zonnebank bruin te worden en wat op m’n laptop te priegelen.

Goed. Dit is de ene kant van het verhaal die ik ook wel zie. Maar de andere is…

Wil ik nou echt weg uit Amsterdam? Zelfs weg uit Nederland? Het land van de voorgepakte thuismenuutjes voor de kansloze dagen? Maar bovenal, kan ik eigenlijk wel leven in een dorp! Zo een met boeren op een tractor die allerlei groene dingen verbouwen… groenten was het… Heb ik zin om te wonen in een gehucht met een kind van 3 die van ellende hele dagen swipend op de Ipad zit, de enige leftover van beschaving…

En dan de internet verbinding! Ik visualiseer mijzelf zwaaiend in de lucht met mijn hippe maar daar compleet uit de toon vallende very smartphone om een beetje verbinding te krijgen, dat ene streepje verbinding met die andere wereld, om vervolgens na alles gelezen te hebben weer ineen gekropen van heimwee apathisch heen en weer te wiegen in de schommelstoel op de veranda … want dat hoort zo op het platteland.

Is dat dan wat ik wil? Apathisch schommelen op een veranda?…

Ja eigenlijk wel! Een leven waarin ik met mijn schort om achter een pruttelend pannetje sta mijn zoon op te wachten, die na een lange schooldag binnen komt geraasd en niet bij mij aan de keukentafel komt zitten zoals op de reclame, maar naar boven rent, zich opsluit op z’n kamer en oorverdovende muziek opzet. En als ik moederlijk naar boven roep om te vragen wat er is, ik een salvo aan niets verbloemende commentaar krijg waaronder: “… Mam, get a life!… “.

Heerlijk! Precies wat ik wil.
Een pad wat de hoek om gaat, dit pad gaat in ieder geval met een grote bocht de hoek om. Geen idee wat ik tegenkom, wellicht neem ik onderweg nog wat andere bochtjes of vlieg ik er eens uit…

In the end is alles goed.

Foto Danuta Hyniewska
Foto Danuta Hyniewska