Fadi

Portugal is gek op kinderen. Hier zou een kind met een hysterisch toeval, horizontaal op de grond van een gangpad in de supermarkt kunnen blijven liggen. Uiteraard bij gangpad nummer 3 waar, heel listig, schappen met mega veel snoep op peuterhoogte ligt. Met pedagogische wanhoop uitleggen dat snoep niet goed voor je is, heeft weinig zin; snoep is namelijk veel aantrekkelijker dan jouw gezever over E- en kleurstoffen. Er rest je niets dan te gaan schreeuwen, wat eigenlijk ook niet werkt. De laatste halte is het ander schreeuwend object meesleuren, nog steeds horizontaal dus. Dat is een Hollandse scene. Hier zie ik geen horizontale kinderen. Hier huppelt alles verticaal rond.

Portugal is gek op kinderen. Tenenkrommend kijk ik toe wanneer mijn kind voor de zoveelste keer wangenknijpend wordt gevoerd met koekjes, de een nog groter dan de ander, mij compleet negerend en misschien wil ik ook wel zo’n chemisch ding. Ook heel gewoon is een glaasje melk vragen in de lokale pastelaria en er vervolgens een schep Nesquik in te zien drijven. Blijkbaar is het niet gebruikelijk toestemming aan de ouder te vragen, het lijkt een manier van contact maken met het kind, waar er in Portugal al zo weinig van zijn. In het kader van integratie laat ik het meegaand toe en dwing ik mij dit alles meditatief van me af te laten glijden.

Portugal is gek op kinderen. Ze worden overal mee naartoe gesleurd; oudjaars-avond, Fado-avond, soep-avond, al dan niet met Ipad en soms gestrekt in de kinderwagen. Dat kind is er bij en ook braaf onderdeel van het festijn. Alles begint laat, heel laat. Ontstaan door de hete zomerdagen en de zwoele avonden na zonsondergang, waarbij iedereen eindelijk weer tot leven kan komen en daar rijkelijk gebruik van maakt.
Mijn gewoonte om na 22.00u in te storten, is hier dus een zielige handicap. Ik zal toch echt moeten gaan muteren, voordat ik straks op een bruisend strandfeest word overleefd door een peuter.

Ik ben gek op één kind. Om te kunnen integreren, moet je soms heel wat gewoontes loslaten, in ons geval is dat onder andere stiptheid en regelmaat, dat geldt ook voor Fadi. De plek om andere kindjes te ontmoeten is niet in de speeltuin, maar op een dorpsfeest wat laat in de avond echt op gang weet te komen. Die avond was er een soepfeest van het dorp waar je, inderdaad, soep kan eten. 32 verschillende soorten soepen waar je je vingers bij aflikt. Het soepgebeuren begon om 20.00u, tegen bedtijd van Fadi aan en het kind viel dan ook bijna in slaap, waardoor mijn eerste moederinstinct bedacht dat dit onderdeel van integreren toch echt nooit meer ging gebeuren. Totdat er een clubje stoere kids met voetbal binnen kwam stromen, zo rond de 6, 7 jaar schat ik ze, en daarnaast hinkelt een kind van 2 in een zoet jurkje.

Fadi schiet van mijn schoot omhoog en kijkt met grote heldere ogen naar het clubje wat zojuist binnen komt stromen. Van een jongetje van 3 transformeert hij in een kind van 6, 7 jaar, zoals hij zich altijd aan weet te passen aan zijn doelgroep en dat is nu dat clubje stoere kids mét voetbal. Fadi is een sociaal en communicatief dier wat contact zoekt en net zo lang achter je aan rent, totdat je hem aankijkt en erkent. Zo ook op het soepfeest. Met pijn in mijn hart zie ik het kind die hele zaal doorrennen, achter dat clubje aan, alles om maar dat contact te maken. De jongens zien ‘m helemaal niet staan; hij is tenslotte 3 en wat kan hij nou, vul ik dan zo voor de jongetjes in. Ik besluit me even afzijdig te houden en bedenk me na wat hartmartelingen dat ik vertrouwen in hem moet hebben, dat hij dit zelf aan kan en slurp verder aan mijn soepje.

Wanneer ik me na het eindeloze soepje omdraai, zie ik hem midden in de zaal een voetbal wegschoppen naar twee jongetjes uit het clubje. Ze staan in een driehoek tegenover elkaar en hij schopt die bal in een kaarsrechte lijn knoerthard op zijn doel af. Mijn kleine Ronaldo.

Fadi is het toonbeeld van integratie. Het was niet zijn keuze om naar Portugal te verhuizen, met al haar ruimte en het schone buitenleven. Hij heeft het nog steeds over de muffe ondergrondse Tun Fun; een speelparadijs onder het Waterloopplein in Amsterdam. En hij mist zijn opa en 2 oma’s, zijn nichtje, tante en oom. Het is hartverscheurend hoe vaak hij het over ze heeft, ook omdat het mij continu herinnert aan wat ik achtergelaten heb en dat Portugal geen Tun Fun heeft.
Het was niet zijn keuze om in het diepe gegooid te worden op een schooltje waar hij ineens zo’n belachelijk schortje aan moest, en waar ze een taal spreken die alleen maar uit nasale klanken lijkt te bestaan. En iedereen die me vertelde dat hij binnen 3 maanden de taal zou spreken, heeft of een kind met een monsterlijke talenknobbel, of een kind met een vocabulaire wat uit 3 woorden bestaat. Wanhopig zei hij tijdens het autoritje van school naar huis: “… maar Papa, wat moet ik dan zeggen?… “, toen hij was geduwd door een jongetje uit de klas.

Dit jongetje liet mij op het soepfeestje even zien hoe je je doel kan bereiken. Ik zie mezelf dan wel niet achter een groep losgeslagen Portugezen aanrennen om onderdeel van een clubje te worden, maar in feite rennen we allemaal op een zekere hoogte ergens achteraan.
Nu heb ik begrepen dat rennen een onderdeel van het leven is en dat we de snelheid moeten afstemmen op wat nodig is. Kinderen rennen zich met passie suf om te bereiken wat ze willen, en zijn zo ontzettend momentbewust, dat alles wat niet met dat moment te maken heeft, verdwijnt.
Ik kan nog zoveel van hem leren.

Serene drukte

De eerste dagen als immigrante zijn voorbij en die gingen niet vanzelf.
Op de dag van vertrek was het in Nederland eigenlijk nog vérre van rond; de kit-randjes die al zeker 3 jaar een doorn in het oog waren, werden ineens miraculeus binnen 7 minuten overgetrokken met een nieuw laagje. Hier en daar moest nog een lik verf. De koffers gingen met geen mogelijkheid dicht. Koffertje kopen. Ik moest me nog uitschrijven en niet geheel onbelangrijk: de huurovereenkomst was nog niet getekend.
Je kon met weinig moeite een betonnen plaat op mijn schouders kapot slaan.

Gelukkig was ik er mentaal op voorbereid dat als we eenmaal aangekomen waren, we er nóg niet zouden zijn. Die vrachtwagen met tig pallets en verhuisdozen lopen niet vanzelf de kamer in, ook hier moet je je inschrijven, alvorens je o.a. een ziektekosten verzekering kunt aanvragen. We snappen nog steeds niet hoe het werkt, maar we laten ons gedwee van het kastje naar de muur sturen. Tussendoor ben ik eindeloos bezig met een ondertekend huurcontract van mij uit terug te sturen naar NL, maar iedere printer waar ik naar kijk begeeft het en de cartridges van mijn hightech Epson zijn hier niet te vinden en moest fadi niet naar school? Waar is nou zijn inentings-boekje?!… waarschijnlijk ergens in Amsterdam naast het rijbewijs in mijn portemonnee. Einde van de maand beginnen de Portugese lessen, daar moet een formuliertje voor ingevuld worden, ze hebben dan ook een pasfoto nodig (die ene naast het rijbewijs), dus we maken een paar nieuwe waar ineens een vrouw op staat die een terroristisch aanslag zou kunnen plegen. Deze formuliertjes moeten dan ook weer terug gebracht worden.
Ondertussen zijn de pallets nog niet uitgepakt, 12 pallets tot de nok toe vol waar je 4 huizen mee kunt vullen. Het overgrote deel gekregen van Lars’ gulle oude baas… maar ik had ook mijn inbreng; 12 dozen kleding, waarvan 1 doos voor Lars, grotendeels gevuld met mijn Uggs. Een kist (in doos) met Portugees servies die ik 5 jaar geleden vanuit Lissabon heb laten opsturen, nooit die kist uit geweest; stond toch niet zo leuk in Nederland zoals ’t dat doet in Portugal, dus heel efficiënt weer mee terug verhuisd naar Portugal. Dozen vol vintage Iitala servies, milieuonvriendelijk ingepakt met kilo’s bubbeltjes-plastic. Per bord. 56-delig. Huge transparant plastic dozen gevuld met mijn fetisj; soepige jurken die schaamteloos graaiend verzameld zijn op de Noordermarkt. Die echt ooit nog eens ’n doel krijgen, écht. En…

En nu weer terug naar Portugal.

Af en toe als ik Fadi naar bedje breng en ik er even bij moet blijven liggen, knijp ik mijn ogen dicht en zie ik Amsterdam. Dat ik loop langs het Leidse Plein met Fadi in de kinderwagen, ook wel eens zonder Fadi in de kinderwagen. Ik zie de kamers van mijn appartementje die nu nóg kleiner lijken dan ze al zijn, en daar zit ik dan met mijn roséetje ergens op een verwarmd terras, mijn vrienden even later aansluitend. De volgende ochtend sta ik om 6u uur op, om met heel veel geluk 8 minuten me-time te hebben, en dan neem ik even later de trein richting Haarlem om een topomzet neer te zetten. Soms ook niet. Dan doen we iedere dag oneconomisch boodschappen, want het ontbreekt na lange dagen werken aan creativiteit, vervolgens gooien we aan het einde van de week de helft weg.
En als dan eindelijk dat knopje van de vaatwasser aangaat, gaat bij mij het knopje uit.

Nu drink ik geen roseetjes meer, maar zelfgemaakte notenwijn en Port. Ik huppel niet meer achter de kinderwagen aan, maar tuf bergje op en af in een auto. Onze bezoekjes aan de locale koffietent zijn een beetje zielig, het is altijd koffie en een broodje kaas; de enige woorden waar we niet over struikelen. Nu word ik niet meer wakker van de Melkweg, maar van een kudde hanen… het andere soort dan, ik weet niet wat erger is.

Alles is hier anders. Niet beter of minder, gewoon anders.
Eigenlijk is het hier oersaai, ik heb nog geen tv of krant gezien en ben helemaal wereldvreemd, alsof ik al 7 jaar als een wilde met een zelf gevangen dierenhuid op een onbewoond eiland zit en het er dik inzit dat niemand me gaat vinden. Af en toe heb ik nog last van de laatste stuiptrekkingen die ik aan het stadsleven heb over gehouden.

En dan langzaam… wordt alles… sereen…