Ook Google Translate wordt het soms teveel

Dubbel geparkeerd voor het schooltje klik ik met een gevecht de riemen van het kinderstoeltje vast. Ik geef Fadi, iedere dag als verrassing, het verstopte chocolaatje waar zijn ogen bij het instappen al naar op zoek zijn. Dit is het moment waarop hij de hele dag gewacht heeft. Een ingeslopen gewoonte die, toen we net geëmigreerd waren, diende als beloning om hem door de deur van het schooltje te krijgen.

Deze keer heeft de chocolade de vorm van een gesmolten Sinterklaas. Eigenlijk is het een Kerstman, want Sinterklaas komt niet langs in Portugal. Maar Fadi ziet het verschil niet, of wil het niet zien, want dan zou hij maar één keer per jaar een suikerbom in bedrukte folie krijgen. Hij is niet gek.

Voordat we wegrijden kijk ik in het martelschriftje. Een blanco schriftje dat de leerling aan het begin van het schooljaar krijgt. In de loop van het jaar wordt het door de juffen volgeplakt met papiertjes. Taalopdrachten verpakt in aankondigingen van excursies en activiteiten. Vandaag zitten er vier nieuwe opdrachten in. Bij drie van de briefjes kan ik van lussen aan woordjes een begrijpbare tekst breien. De vierde heeft lak aan mijn beperkte vocabulaire. Ik pak mijn mobiel, maak een foto van de tekst op het papiertje en laat Google Translate zijn werk doen: “… Met het oog op het verzoek om maaltijden te maken, vraagt naar de volgende rooster tijdens semester pauze te vullen met de dagen die geïnteresseerd zijn in de dienst zijn…”.
Lul, zeg gewoon dat ik de vakjes aan moet kruisen wanneer ik wil dat mijn kind tijdens de Kerstvakantie naar de opvang gaat, en dus mee-eet.
Ook Google Translate wordt het soms teveel.

Gesprekken met de juf van Fadi gaan stroef. Ze is de enige in het dorp die niet de moeite neemt zich verstaanbaar te maken. Binnen een nanoseconde kan zij zonder komma’s en adempauze het hele schooljaar met je doornemen. Het enige wat ik tijdens zo’n windvlaag aan woorden kan verstaan is: “… pois…então…pronto…percebe?…”.
Er is geen tijd om het relaas te processen, maar ik weet dat het bij het woord ‘percebe’ mijn beurt is om te antwoorden.
Tussen ieder woord in een zin dat ik uitkraam, draai ik mijn ogen links de hoek in, omdat ik zo hard moet zoeken naar dat ene woord of vervoeging, waardoor ik een oogafwijking lijk te hebben. En hoe sneller ik moet antwoorden, hoe sneller mijn afwijking.
Nu, een jaar later, gaat ze daarbij ook nog hárder praten. Ze vermoedt waarschijnlijk dat ik een hoorstoornis hebt.

Ik kijk in de achteruitkijkspiegel van de auto en zie een jongetje met een school-schortje aan, knabbelend aan de Sint. Op de linkermouw van zijn schort zit een bruine vlek met de afdruk van een voetbal. Zijn grote ogen staan helder, zijn wangen zijn rood. Er zitten wat druppels op zijn voorhoofd van de inspanning op het schoolpleintje.
Even vergeet ik de voor hem lastige periode toen we hier net woonden. De woede-uitbarstingen en het terroriseren van de kat. Die lijken ineens zo ver weg, zoals hij nu is; gelukkig.
Hij heeft Google Translatie niet meer nodig. Hij spreekt vloeiend Portugees, zelfs met de Portugese intonatie.

Mámmã… ”, hij trekt de twee lettergrepen uit elkaar en smelt ze weer samen tot een smartlappig liedje, “… maggik nog een sinterkaasje”.

Fadi_voor_school.JPG
Fadi voor zijn schooltje

Fadi

Portugal is gek op kinderen. Hier zou een kind met een hysterisch toeval, horizontaal op de grond van een gangpad in de supermarkt kunnen blijven liggen. Uiteraard bij gangpad nummer 3 waar, heel listig, schappen met mega veel snoep op peuterhoogte ligt. Met pedagogische wanhoop uitleggen dat snoep niet goed voor je is, heeft weinig zin; snoep is namelijk veel aantrekkelijker dan jouw gezever over E- en kleurstoffen. Er rest je niets dan te gaan schreeuwen, wat eigenlijk ook niet werkt. De laatste halte is het ander schreeuwend object meesleuren, nog steeds horizontaal dus. Dat is een Hollandse scene. Hier zie ik geen horizontale kinderen. Hier huppelt alles verticaal rond.

Portugal is gek op kinderen. Tenenkrommend kijk ik toe wanneer mijn kind voor de zoveelste keer wangenknijpend wordt gevoerd met koekjes, de een nog groter dan de ander, mij compleet negerend en misschien wil ik ook wel zo’n chemisch ding. Ook heel gewoon is een glaasje melk vragen in de lokale pastelaria en er vervolgens een schep Nesquik in te zien drijven. Blijkbaar is het niet gebruikelijk toestemming aan de ouder te vragen, het lijkt een manier van contact maken met het kind, waar er in Portugal al zo weinig van zijn. In het kader van integratie laat ik het meegaand toe en dwing ik mij dit alles meditatief van me af te laten glijden.

Portugal is gek op kinderen. Ze worden overal mee naartoe gesleurd; oudjaars-avond, Fado-avond, soep-avond, al dan niet met Ipad en soms gestrekt in de kinderwagen. Dat kind is er bij en ook braaf onderdeel van het festijn. Alles begint laat, heel laat. Ontstaan door de hete zomerdagen en de zwoele avonden na zonsondergang, waarbij iedereen eindelijk weer tot leven kan komen en daar rijkelijk gebruik van maakt.
Mijn gewoonte om na 22.00u in te storten, is hier dus een zielige handicap. Ik zal toch echt moeten gaan muteren, voordat ik straks op een bruisend strandfeest word overleefd door een peuter.

Ik ben gek op één kind. Om te kunnen integreren, moet je soms heel wat gewoontes loslaten, in ons geval is dat onder andere stiptheid en regelmaat, dat geldt ook voor Fadi. De plek om andere kindjes te ontmoeten is niet in de speeltuin, maar op een dorpsfeest wat laat in de avond echt op gang weet te komen. Die avond was er een soepfeest van het dorp waar je, inderdaad, soep kan eten. 32 verschillende soorten soepen waar je je vingers bij aflikt. Het soepgebeuren begon om 20.00u, tegen bedtijd van Fadi aan en het kind viel dan ook bijna in slaap, waardoor mijn eerste moederinstinct bedacht dat dit onderdeel van integreren toch echt nooit meer ging gebeuren. Totdat er een clubje stoere kids met voetbal binnen kwam stromen, zo rond de 6, 7 jaar schat ik ze, en daarnaast hinkelt een kind van 2 in een zoet jurkje.

Fadi schiet van mijn schoot omhoog en kijkt met grote heldere ogen naar het clubje wat zojuist binnen komt stromen. Van een jongetje van 3 transformeert hij in een kind van 6, 7 jaar, zoals hij zich altijd aan weet te passen aan zijn doelgroep en dat is nu dat clubje stoere kids mét voetbal. Fadi is een sociaal en communicatief dier wat contact zoekt en net zo lang achter je aan rent, totdat je hem aankijkt en erkent. Zo ook op het soepfeest. Met pijn in mijn hart zie ik het kind die hele zaal doorrennen, achter dat clubje aan, alles om maar dat contact te maken. De jongens zien ‘m helemaal niet staan; hij is tenslotte 3 en wat kan hij nou, vul ik dan zo voor de jongetjes in. Ik besluit me even afzijdig te houden en bedenk me na wat hartmartelingen dat ik vertrouwen in hem moet hebben, dat hij dit zelf aan kan en slurp verder aan mijn soepje.

Wanneer ik me na het eindeloze soepje omdraai, zie ik hem midden in de zaal een voetbal wegschoppen naar twee jongetjes uit het clubje. Ze staan in een driehoek tegenover elkaar en hij schopt die bal in een kaarsrechte lijn knoerthard op zijn doel af. Mijn kleine Ronaldo.

Fadi is het toonbeeld van integratie. Het was niet zijn keuze om naar Portugal te verhuizen, met al haar ruimte en het schone buitenleven. Hij heeft het nog steeds over de muffe ondergrondse Tun Fun; een speelparadijs onder het Waterloopplein in Amsterdam. En hij mist zijn opa en 2 oma’s, zijn nichtje, tante en oom. Het is hartverscheurend hoe vaak hij het over ze heeft, ook omdat het mij continu herinnert aan wat ik achtergelaten heb en dat Portugal geen Tun Fun heeft.
Het was niet zijn keuze om in het diepe gegooid te worden op een schooltje waar hij ineens zo’n belachelijk schortje aan moest, en waar ze een taal spreken die alleen maar uit nasale klanken lijkt te bestaan. En iedereen die me vertelde dat hij binnen 3 maanden de taal zou spreken, heeft of een kind met een monsterlijke talenknobbel, of een kind met een vocabulaire wat uit 3 woorden bestaat. Wanhopig zei hij tijdens het autoritje van school naar huis: “… maar Papa, wat moet ik dan zeggen?… “, toen hij was geduwd door een jongetje uit de klas.

Dit jongetje liet mij op het soepfeestje even zien hoe je je doel kan bereiken. Ik zie mezelf dan wel niet achter een groep losgeslagen Portugezen aanrennen om onderdeel van een clubje te worden, maar in feite rennen we allemaal op een zekere hoogte ergens achteraan.
Nu heb ik begrepen dat rennen een onderdeel van het leven is en dat we de snelheid moeten afstemmen op wat nodig is. Kinderen rennen zich met passie suf om te bereiken wat ze willen, en zijn zo ontzettend momentbewust, dat alles wat niet met dat moment te maken heeft, verdwijnt.
Ik kan nog zoveel van hem leren.