Serene drukte

De eerste dagen als immigrante zijn voorbij en die gingen niet vanzelf.
Op de dag van vertrek was het in Nederland eigenlijk nog vérre van rond; de kit-randjes die al zeker 3 jaar een doorn in het oog waren, werden ineens miraculeus binnen 7 minuten overgetrokken met een nieuw laagje. Hier en daar moest nog een lik verf. De koffers gingen met geen mogelijkheid dicht. Koffertje kopen. Ik moest me nog uitschrijven en niet geheel onbelangrijk: de huurovereenkomst was nog niet getekend.
Je kon met weinig moeite een betonnen plaat op mijn schouders kapot slaan.

Gelukkig was ik er mentaal op voorbereid dat als we eenmaal aangekomen waren, we er nóg niet zouden zijn. Die vrachtwagen met tig pallets en verhuisdozen lopen niet vanzelf de kamer in, ook hier moet je je inschrijven, alvorens je o.a. een ziektekosten verzekering kunt aanvragen. We snappen nog steeds niet hoe het werkt, maar we laten ons gedwee van het kastje naar de muur sturen. Tussendoor ben ik eindeloos bezig met een ondertekend huurcontract van mij uit terug te sturen naar NL, maar iedere printer waar ik naar kijk begeeft het en de cartridges van mijn hightech Epson zijn hier niet te vinden en moest fadi niet naar school? Waar is nou zijn inentings-boekje?!… waarschijnlijk ergens in Amsterdam naast het rijbewijs in mijn portemonnee. Einde van de maand beginnen de Portugese lessen, daar moet een formuliertje voor ingevuld worden, ze hebben dan ook een pasfoto nodig (die ene naast het rijbewijs), dus we maken een paar nieuwe waar ineens een vrouw op staat die een terroristisch aanslag zou kunnen plegen. Deze formuliertjes moeten dan ook weer terug gebracht worden.
Ondertussen zijn de pallets nog niet uitgepakt, 12 pallets tot de nok toe vol waar je 4 huizen mee kunt vullen. Het overgrote deel gekregen van Lars’ gulle oude baas… maar ik had ook mijn inbreng; 12 dozen kleding, waarvan 1 doos voor Lars, grotendeels gevuld met mijn Uggs. Een kist (in doos) met Portugees servies die ik 5 jaar geleden vanuit Lissabon heb laten opsturen, nooit die kist uit geweest; stond toch niet zo leuk in Nederland zoals ’t dat doet in Portugal, dus heel efficiënt weer mee terug verhuisd naar Portugal. Dozen vol vintage Iitala servies, milieuonvriendelijk ingepakt met kilo’s bubbeltjes-plastic. Per bord. 56-delig. Huge transparant plastic dozen gevuld met mijn fetisj; soepige jurken die schaamteloos graaiend verzameld zijn op de Noordermarkt. Die echt ooit nog eens ’n doel krijgen, écht. En…

En nu weer terug naar Portugal.

Af en toe als ik Fadi naar bedje breng en ik er even bij moet blijven liggen, knijp ik mijn ogen dicht en zie ik Amsterdam. Dat ik loop langs het Leidse Plein met Fadi in de kinderwagen, ook wel eens zonder Fadi in de kinderwagen. Ik zie de kamers van mijn appartementje die nu nóg kleiner lijken dan ze al zijn, en daar zit ik dan met mijn roséetje ergens op een verwarmd terras, mijn vrienden even later aansluitend. De volgende ochtend sta ik om 6u uur op, om met heel veel geluk 8 minuten me-time te hebben, en dan neem ik even later de trein richting Haarlem om een topomzet neer te zetten. Soms ook niet. Dan doen we iedere dag oneconomisch boodschappen, want het ontbreekt na lange dagen werken aan creativiteit, vervolgens gooien we aan het einde van de week de helft weg.
En als dan eindelijk dat knopje van de vaatwasser aangaat, gaat bij mij het knopje uit.

Nu drink ik geen roseetjes meer, maar zelfgemaakte notenwijn en Port. Ik huppel niet meer achter de kinderwagen aan, maar tuf bergje op en af in een auto. Onze bezoekjes aan de locale koffietent zijn een beetje zielig, het is altijd koffie en een broodje kaas; de enige woorden waar we niet over struikelen. Nu word ik niet meer wakker van de Melkweg, maar van een kudde hanen… het andere soort dan, ik weet niet wat erger is.

Alles is hier anders. Niet beter of minder, gewoon anders.
Eigenlijk is het hier oersaai, ik heb nog geen tv of krant gezien en ben helemaal wereldvreemd, alsof ik al 7 jaar als een wilde met een zelf gevangen dierenhuid op een onbewoond eiland zit en het er dik inzit dat niemand me gaat vinden. Af en toe heb ik nog last van de laatste stuiptrekkingen die ik aan het stadsleven heb over gehouden.

En dan langzaam… wordt alles… sereen…

Een huis met uitzicht

Onze 2 weken vakantie in Portugal valt niet bepaald onder de noemer strandvakantie met een overdaad aan cocktails en weg vliegende parasolletjes. Zeker niet de eerste week dat bestond uit regen, hagel (heel vreemd) en Portugese wintertemperaturen van 13 graden. Bedenk dat hier geen centrale verwarming is; alles gaat op gas en erg handig is dat niet, dus ook een CV is niet handig. We zullen er aan moeten geloven dat mijn complete Caroline Biss garderobe plaats gaat maken voor fleece truien met bijpassende tuinpakken en als ik pech heb toch ook nog regenlaarsjes. Maar juist tussen die regenbuien zie je hoe mooi dit gebied is, dit was dus ook een goed moment om een huis te zoeken… En die hebben we gevonden. Een huis in het dorp Vimeiro, eentje waar ik 15 jaar geleden heel hard om had moeten lachen; het heeft 7 net te kleine kamers om er iets mee te kunnen doen, over de hele oppervlakte jaren ’80 tegels, maar dan niet de mooie en een keuken met houten bruine keukenkastjes, die echt niet goed te krijgen zijn met een likje verf… Het is dus een huis wat met een hoop breek- en stucwerk een beter geheel moet gaan worden.

De keuken
De keuken, nu

De patio en de flinke lange maar daardoor relatief smalle tuin met uitzicht op een bos en het serieuze dakterras waar menig Amsterdammer een puntje aan kan zuigen, samen met de industrieelachtige fabrieksramen wat onze keuken moet gaan worden, zijn doorslaggevend geweest. Aan het huis ligt ook nog een enorme garage en de zolderruimte is met wat dakkapellen en openslaande deuren naar het dakterras een Walhalla voor jongetjes van 3 jaar en misschien ook voor de mama’s en papa’s daarvan. Fadi’s schooltje ligt op 2 minuten lopen de helling af en met wat billentraining de helling op ligt de buurtsuper met vers fruit en alle andere noodzakelijke waren. Uiteraard heeft het dorp een stamkroeg waar ik nog even aan moet wennen, maar wat kan er dan ook tippen aan het Amsterdamse nachtleven. Het slechte weer was een nachtmerrie voor onze makelaar, hij raakte zowat in paniek, want we zouden volgens hem niet door de modderpoelen en bramenstruiken heen kunnen kijken. Hij wilde de afspraak voor de verschillende huizen die we gingen bekijken verzetten. Maar ik houd van lelijkheid, want dan zie je de ziel van wat het moet zijn. Onze eerste keuze was eigenlijk een kleine verwaarloosde quinta (wijnboerderij), met in de adega de originele wijntanken, zogoed als helemaal in tact. Het gebouw, of beter ruïne, staat op een heuvel met een uitzicht over een vallei waar Little house on a prairie jaloers op zou zijn; zo’n uitzicht waarbij je eigenlijk helemaal geen tuin meer nodig hebt, maar zelfs die lag er nog omheen. Maar echt alles moest nog aangelegd; de fundering, het dak, de riolering, electriciteit, isolatie,.. Kortom, een never ending bouwproject van zeker een paar jaar, en dan nog zou het niet helemaal af zijn. Het nadeel is dat je van dit niks zoveel moois kan maken en de ideeën lopen over. Maar helaas, de tijd voor al die ideeën hebben we niet. Niet dat ik er nou zoveel zou doen; Lars en zijn vader Loek krijgen straks al de credits, ik zou er hooguit wat jeuk aan overhouden en me na 10 jaar verbouwing eindelijk eens verdienstelijk maken aan het poetswerk. Als tegenpool liet de makelaar ons een kant en klaar huis zien. Dat was niet zo’n lang bezoek. Het was vreselijk, alles was symetrisch; de 2 slaapkamers, de 4 keukenkastjes, de gelikte vloertegels… meer was er eigenlijk niet op de 40m2 en naast het huis werd precies hetzelfde huis gebouwd, weliswaar in spiegelbeeld, maar in perfecte symmetrie. Zelfs de tuin klopte, al liep het zowat loodrecht naar beneden, hij was symmetrisch! Nou kan ik daar nog wel mee leven, maar niet met een uitzicht op een snelweg. Ik heb 15 jaar in symmetrie gewoond en op niet veel groter dan die 40m2. Het is wat decadent, maar dit kan ik niet meer aan. Dus de keuze was snel gemaakt. Even ter verduidelijking; wij kopen het huis niet zelf, maar de ouders van Lars. Wij mogen er wonen en kunnen wanneer de schepen in Nederland echt helemaal verbrand zijn het overnemen of misschien wordt het onderdeel van Quinta Antes o Vento en zou het te verhuren zijn als guesthouse. In dat laatste geval… Gaan we dan toch nog eens op een heuvel wonen met uitzicht over een vallei, met in de verte ronkende tractoren over de velden, Lars nippend aan mijn perfect gelukte kopje koffie met de Portugese krant, want die kan hij dan inmiddels lezen zonder woordenboek, Fadi struikelend door de verschrikkelijk asymmetrisch aangelegde tuin en ik… Ik op plaats van bestemming…

De quinta met uitzicht over de vallei
De verwaarloosde quinta

Ondergrondse

Toen mijn vader mij vertelde dat mijn over- over- overgrootvader, ik weet niet precies hoeveel overs geleden, een Portugese Jood was werd ik nieuwsgierig.
Voor zover mijn kennis reikt (er is namelijk niets bekend over deze geschiedenis in mijn familie, en degene die onze stamboom uitgebreid heeft uitgezocht is net voordat dit me verteld werd overleden) heeft deze overoverovergrootvader moeten vluchten uit Portugal ergens begin 16 eeuw toen de Inquisitie zich in Portugal voortzette. In deze periode stonden de Portugese Joden voor de keuze zich te bekeren tot het christendom of op de brandstapel gegooid te worden of het land uit vluchten.
Niet mijn meest favoriete reden om te emigreren, maar het lijkt mij duidelijk welke keuze mijn voorouders gemaakt hebben.

Anyway, dit wakkerde mijn interesse aan en ik boekte een reisje naar Portugal, nietsvermoedend dat daar mijn toekomst zou liggen…

Mijn tocht begon met een vriendin die al een weekje in een dorp verbleef met een hoog gehalte aan oude mannetjes op een bank om op een huis te passen, ze haalde me op van het vliegveld in Lissabon en met de bus vertrokken we naar Alentejo, wat zo ongeveer in het Zuidoosten van Portugal ligt, in ieder geval ver van de kust.
De eerste grote indruk die het land op me maakte, waren deze prachtige vlaktes met bomen die eruit zien als uit de kluiten gewassen broccoli’s.
Achteraf gezien zijn het gewoon “kurkeiken”, maar als stadsmens weet ik alleen wat een Kerstboom is… en ook alleen als er ballen inhangen.

Eenmaal aangekomen in de warme droogte; wist ik inmiddels dat dit land met de grote broccoli’s die ene plek op aarde is waar ik wil zijn.
Al die cliché verhalen over de ontmoeting met je ware liefde?…
Dit was mijn allereerste ware liefde.

Maar de dagen in Portugal waren bijna voorbij en ik wilde meer zien van het land dan vegetatie en oude mannetjes op een bank.
Uitgedroogd boekte ik voor de laatste paar dagen een hotel aan de kust vlak naast Lissabon, van daaruit snoof ik wat cultuur op in het mooie Sintra en na bijna weggewaaid te zijn van Cabo da Roca, het meest westelijke puntje van Europa kwam ik weer terug waar ik begonnen ben… Lissabon.

Het zaadje was al geplant, maar Lissabon heeft mij nog meer weten te raken met haar oude ziel. Misschien was het mijn ziel die ik daar tussen de vergane glorie weer tegen kwam. Ieder gebouw, kinderkopje en tegeltje vertelde me een verhaal waar ik eindeloos over kon fantaseren en waar ik onderdeel van wilde zijn. Dagen lang liep ik willekeurig door de straten van Alfama, Bairro Alto, Baixa en Chiado, maar ook door de wijken buiten het centrum waar niemand eigenlijk gevonden wilde worden.
Ik wel.
Het werd mijn Lissabon.

Lissabon is zoals een ondergrondse; eindeloos diep en donker, maar aan het einde van de tunnel bovenaan de trap is dan dat grote licht.
Dat licht was voor mij Portugal.

Foto Claudia van Luijk
Foto Claudia van Luijk